|
Haarlemmer Olie is uitgewaaierd over de hele wereld, en de flesjes zijn ook wereldwijd teruggevonden. Vandaag de dag is Haarlemmer Olie nog steeds razend populair. Het ruim 300 jaar oude familiebedrijf, dat het wonderbaarlijke goedje produceert, is eigendom van Ruud van Dobben, de elfde opvolger van Claes Tilly en in rechte lijn familie. In 1935 nam zijn vader het roer over van zijn grootvader. Als schoolmeester was Claes Tilly een gestudeerd man, hij sprak waarschijnlijk Latijn en een beetje Grieks. Vermoedelijk had hij, naast andere geneesheren, ook Paracelsus gelezen, de beroemde, maar controversiële arts uit de zestiende eeuw. Haarlemmer Olie – ook wel Medicamentum Gratia Probatum genoemd – is dus een natuurproduct, een combinatie van hars en |
zwavel. Wat er verder nog inzit, is een familiegeheim, dat al 300 jaar goed bewaard wordt . Het recept is door al die jaren heen ook nooit aangepast. Haarlemmer Olie heet vooral heilzaam te zijn bij genezing van wonden, desinfecterend te werken, en een goede werking te hebben op de nieren en urinewegen. Het woord olie is overigens niet terecht, het is namelijk geen olie, maar een vloeistof; ten tijde van de uitvinding werd echter alles wat geen water, melk of alcohol was olie genoemd. Haarlemmer Olie is een cola-kleurige vloeistof met een nogal doordringende geur, die in de verte doet denken aan Vick’s Vaporub. Hoewel er vrijwel geen reclame voor wordt gemaakt, is de vraag naar Haarlemmer Olie nog altijd groot. Claes Tilly heeft het middel zelf ook nooit echt gepromoot. In zijn tijd was het verkrijgbaar bij het Haarlemmer Oliehuisje aan de kade in Haarlem, op een platform in het water, daar konden de schepen hun wondermiddeltje kopen. Al in de tijd van Claes Tilly – een tijd van opstanden, oorlogen en wetteloosheid – werd het product veelvuldig nagemaakt, mensen wilden nou eenmaal makkelijk aan de kost komen. Zij verkochten het middel als authentieke Haarlemmer Olie. Nu kan dat natuurlijk niet meer door het octrooirecht , en is namaak goed aan te vechten; maar volgens Ruud van Dobben was dat vroeger toch anders: |
“Zelfs in onze straat , de Achterstraat , wat later de Antoniestraat werd , zat op de hoek een namaker, die ’s ochtends op de postbode wachtte en met steekpenningen onze orders stond te ontvreemden , nu spreek ik over 1910 , de tijd van mijn grootvader “. Met dit soort problemen wist Claes Tilly overigens wel raad. Hij heeft in zijn historische gebruiksaanwijzing een geheimschrift opgenomen, dit geheimschrift zette hij op al zijn pamfletten, bijsluiters en flesjes. Alleen hij wist wat het betekende, dus als een namaker een bedrieglijk product verkocht als het echte spul, kon Claes Tilly naar de Politie of de rechter stappen; als dan de betekenis van die rare tekens aan de namaker werd gevraagd, moest die het antwoord logischerwijs schuldig blijven. Boven het geheimschrift staan ook de woorden: “En op dat niemand bedrogen wordt teekent hij zijn briefje aldus “. Het geheim van dit schrift is helaas niet doorgegeven aan Ruud van Dobben, maar een archeologische werkgroep is het gelukt om het geheim te ontrafelen, met allerlei spiegeltjes en lenzen is een constructie gemaakt, waaruit ze konden opmaken dat er gedrukt stond: “Ik Claes Tilly inventor “. De truc schijnt te zijn dat de tekens op een speciale manier gelezen moeten worden door het papier in een speciale hoek te houden. PAARDENMIDDEL |